ZOETERMEERSE FRAUDEZAKEN

Reg.nr.: 10.046   Verslag overgezet mbv OCR door E. Stevenhagen 3 juli 2010


Zakelijk verslag van de op 10 juni 2010 gehouden hoorzitting


van Kamer III van de Commissie Bezwaar- en Beroepschriften van de gemeente Zoetermeer inzake diverse bezwaarschriften tegen de aan sterigenics Holland B.V. verleende reguliere bouwvergunning.

Aanwezig:


de commissie:

de heer mr. drs. L. Beijen, voorzitter
mevrouw mr. J. Bergen, lid
mevrouw W.P. Henserna. lid
mevrouw M.E.M. van der Aar, secretaris

(namens )reclamanten:

mevrouw J.J.P. van Eijk-van Brederode
de heer J. Gravesteijn
mevrouw A. Bruijn
de heer E. Stevenhagen

namens het college van
burgemeester en wethouders:

mevrouw W. Coenen
de heer J. van den Bergh

 

De voorzitter opent de zitting, geeft aan wat de rol van de commissie is. Hij geeft het woord aan mevrouw Bergen die in deze zaak als rapporteur zal optreden.

Mevrouw Bergen legt uit wat de gang van zaken is tijdens de hoorzitting. Voordat zij het woord geeft aan één van de reclamanten, wil zij eerst een aantal formele punten aan de orde stellen. Mevrouw De Bruijn heeft een bezwaarschrift ingediend namens het actiecomité sterigeNIKS. De secretaris heeft verzocht om toezending van statuten, die zijn echter niet ontvangen.


Mevrouw Bruijn geeft aan dat zij met vakantie is geweest en daarom niet eerder kon reageren. Het actiecomité heeft geen juridisch formele status, er kunnen dus geen statuten overgelegd worden.


Mevrouw Bergen vraagt wie het actiecomité allemaal vertegenwoordigt en of het actiecomité gemachtigd is om namens deze mensen op te treden.


Mevrouw Bruijn legt uit dat ca. 500 mensen zich per e-mail hebben aangesloten bij het actiecomité. Het actiecomité is voor hen een spreekbuis maar is juridisch niet gemachtigd.


Mevrouw Bergen vraagt of mevrouw Bruijn ook voor zichzelf bezwaar heeft gemaakt.


Mevrouw Bruijn heeft ook voor zichzelf bezwaar gemaakt. Een tiental mensen uit het actiecomité zijn het meest actief, de 500 mensen die zich aangesloten hebben wonen in de buurt van sterigenics of zijn werknemer van bedrijven uit de omgeving

De voorzitter vraagt naar de afstand van de woning van mevrouw Bruijn tot het bedrijf sterigenics.

Mevrouw Bruijn legt uit dat zij in het risicogebied woont, in de zogenaamde vlinder, vanaf haar balkon kan zij de pijpen van het bedrijf zien. De afstand weet zij niet precies, maar het is een paar honderd meter.

Mevrouw Bergen vraagt of de aanwezige werknemers van Mavotrans in de buurt wonen.

Mevrouw Van Eijk woont niet in de directe omgeving.

De heer Gravesteijn ook niet, maar hij werkt op 150 meter afstand van het bedrijf. In deze hoorzitting vertegenwoordigt hij mevrouw Hochstenbach. Zij is ook werkneemster van Mavotrans en woont op het terrein van haar werkgever. Dat is dezelfde afstand tot sterigenics als waar de werknemers van Mavotrans werken.

Mevrouw Bergen vraagt de heer Stevenhagen of het correct is dat hij meent belanghebbend te zijn omdat hij met zijn muziekgroep een ruimte in de buurt van sterigenics huurt.

De heer Stevenhagen zegt dat hij vanavond aanwezig is als materiedeskundige voor technische vragen.

Mevrouw Bergen vraagt naar het persoonlijk belang van de heer Stevenhagen.

De heer Stevenhagen vindt dat hij ontvankelijk verklaard moet worden in zijn bezwaar omdat hij ervan uitgaat dat hier sprake is van een misdrijf.

Mevrouw Bergen legt uit dat vanavond alleen de bouwvergunning behandeld wordt.

De heer Stevenhagen zegt dat hij het bestaan van de bouwvergunning bestrijdt. Hij woont op een afstand van 1.900 meter en hij is regelmatig aanwezig op een afstand van 280 meter van sterigenics. Vanaf deze laatste afstand heeft hij zicht op de scrubber.

Mevrouw Bergen geeft aan dat de commissie zich na deze hoorzitting nog zal buigen over de vraag of alle aanwezigen belanghebbend zijn. Zij heeft in het verweerschrift van het college gelezen dat het college van mening is dat het bezwaarschrift van de heer Gravesteijn te laat is ingediend. De bouwvergunning is verleend op 24 maart en verzonden op 30 maart. Dat betekent dat de termijn eindigt op 11 mei. De heer Gravesteijn heeft op 9 mei een e-mail gestuurd. Zij vraagt het college waarom het van mening is dat de heer Gravesteijn zijn bezwaarschrift te laat heeft ingediend.  

De heer Van den Berg geeft aan dat het bezwaarschrift inderdaad tijdig is ontvangen.

Mevrouw Bergen vraagt wie van de reclamanten het eerst het woord wil voeren.

Mevrouw Van Eijk vraagt of bij de verlening van een bouwvergunning voor een bedrijf of een woonhuis dezelfde regelgeving geldt.

De heer Stevenhagen zegt dat het een chemische procesinstallatie betreft en geen schoorsteen.

Mevrouw Bruijn vult aan dat het gebouw zonder de chemische procesinstallatie niet zou functioneren.

Mevrouw Van Eijk merkt op dat werknemers geen stem hebben. De bouwvergunning is onlosmakelijk verbonden met uitstoot, met het productieproces. De werknemers hebben in een giftige omgeving gezeten. Zij vraagt zich af waarom er zo snel gezegd wordt dat zij niet-ontvankelijk zijn. Er is geen verschil. Anders kunnen bedrijven doen wat ze willen.

Mevrouw Bergen legt uit dat de Woningwet van toepassing is.

Mevrouw Van Eijk zegt dat zij geen schijn van kans hebben als teruggevallen wordt op jurisprudentie.

Mevrouw Bergen constateert dat de werknemers menen dat zij belanghebbend zijn omdat zij weliswaar niet wonen in de omgeving maar wel jarenlang in een giftige omgeving hebben gewerkt.

Mevrouw Van Eijk zegt dat de werknemers de pijpen ook zien. Er zou geen verschil gemaakt moeten worden tussen werknemers en bewoners.

De heer Stevenhagen vraagt waar het zichtcriterium is vastgelegd.

Mevrouw Bergen legt uit dat dit is vastgelegd in vaste jurisprudentie.

De heer Stevenhagen vraagt of geur en geluid ook criteria zijn.

Mevrouw Bergen antwoordt dat dat niet het geval is. De commissie kan alleen kijken naar waar de vergunning voor is verleend: het plaatsen van containers, het verhogen van de scrubber, het uitbreiden van opslagruimte voor olie en gascilinders en het oprichten van een overkapping. Over het verleden van Sterigenics kan de commissie zich niet uitlaten.

Mevrouw Bruijn vraagt of er ook gekeken wordt naar wat er nog meer illegaal gebouwd is.

Mevrouw Bergen legt uit dat als er nog meer illegale bouwwerken zijn, dat een kwestie van handhaving is. De gemeente moet dan eerst kijken of er zicht is op legalisering. Dan zal de gemeente sterigenics vragen een bouwvergunning aan te vragen die zal worden verleend als aan alle eisen is voldaan. Maar dat is nu niet aan de orde.

Mevrouw Van Eijk merkt op dat de pijpen zijn verhoogd, de uitstoot is groter geweest en dat is slecht voor de gezondheid.

De voorzitter geeft aan dat de hoorzitting lijkt uit te monden in een discussie, dat is echter niet de bedoeling.
De aanwezigen kunnen hun bezwaarschrift toelichten, maar het is niet de bedoeling dat er informatieve vragen gesteld worden over de formele procedure. Het beantwoorden van zulke vragen is niet de taak van de commissie.

De heer Stevenhagen heeft het verweerschrift van het college bekeken. Het eerste punt, de legalisering, is van betrekkelijk ondergeschikt belang. Het betreft hier een chemische procesinstallatie en geen schoorsteen. Het gaat niet om een verbouwing, maar om ontmanteling van de scrubber. Op de tekening staan pijpen die aan de zijkant lopen, die zijn er nu niet meer. De scrubber is ontmanteld en de heer Stevenhagen heeft twijfels over de werking van de scrubber. Hij is van mening dat er een nieuwe milieuvergunning had moeten worden aangevraagd. De gemeente is van mening dat het om een eenvoudige verbouwing gaat, maar het complete proces is anders ingericht.

Mevrouw Bergen vraagt de heer Stevenhagen zich te beperken tot de bouwvergunning.

De heer Stevenhagen merkt op dat hij alleen bezwaar kan maken tegen iets dat geen zin heeft. Hij is van mening dat Sterigenics geen bouwvergunning heeft aangevraagd. De vergunning is aangevraagd door de heer Lipkens. De heer Stevenhagen is bij de Kamer van Koophandel geweest en de heer Lipkens is daar niet bekend en heeft geen tekenbevoegdheid, die ligt namelijk in België. De bouwvergunning is dus nooit juridisch aangevraagd. Hij heeft zware vermoedens dat iemand van de gemeente de vergunning getekend heeft. Hij twijfelt aan de echtheid van de handtekening van de heer Lipkens, die toch al niet mocht tekenen. Hij wil dat graag controleren en is van mening dat er sprake is van valsheid in geschrifte.
Naar de mening van de heer Stevenhagen zouden zowel het zichtcriterium als geluid, geur en gezondheid mee moeten wegen bij de ontvankelijkheid. Sterigenics kan de norm niet halen, ook niet bij halvering van de productie. Er is sprake van een slechte situatie en Sterigenics heeft een boete gekregen. De reclamanten willen dat het beter wordt, die garantie is niet gegeven.
De procestekening in het archief is anders dan de werkelijkheid, de tekeningen kloppen niet. Er blijft voor de burger weinig over als de gemeente de milieuvergunning niet wil toetsen. Deze bouwvergunning toont aan dat de gemeente geen deskundigheid heeft. De scrubber is ontmanteld en niemand ziet dat. De heer Stevenhagen heeft gezien dat de schoorsteen verlengd is, dat is 2 ton gewicht extra en meer windbelasting. Er is een houten fundering en de procesinstallatie moet stabiel zijn. Er is geen enkele verantwoording van de nieuwe situatie.
De gemeente geeft geen garantie tegen het collectieve belang van gezondheid in Zoetermeer. In het RIVM rapport is te lezen dat een gunstige contour te trekken is. Die is ook ongunstiger te trekken en dan valt heel Zoetermeer eronder. Men vertelt halve waarheden en dat is voor de heer Stevenhagen een hele leugen. Men verschuilt zich achter de milieuvergunning die niet wordt gehandhaafd en een bouwvergunning. De procesinstallatie is geen schoorsteen. Dit toont de onkunde aan van de handhavers van de gemeente.
Er wordt gesteld dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Dat is een leugen. De bouwhoogte is geen 8 meter. Men verschuilt zich achter het standpunt dat het een schoorsteen is, maar het is een procesinstallatie die volledig geïntegreerd is in het gebouw. Het overschrijdt de maximale bouwhoogte met ongeveer 4 meter.

Mevrouw Bergen vraagt of de schoorsteen gezien moet worden als een gebouw.

De heer Stevenhagen zegt dat de schoorsteen onderdeel is van een proces dat begint in de sterilisatiekamers en het proces loopt door het hele gebouw heen. De schoorsteen is in strijd met het bestemmingsplan. Vorige keer was de scrubber 80 cm boven de limiet. Er is toen expliciet ontheffing gevraagd. Nu is hetzelfde bestemmingsplan van toepassing, maar gaat men uit van andere definities.
In het verweerschrift van de gemeente wordt bij ad 3 gezegd dat er fouten in de tekeningen zitten. Dat had de heer Stevenhagen ook al geconstateerd. De scrubber is 1.50 meter hoger dan op tekening en de incinerator is 4 meter hoger dan op tekening. Dat de incinerator hoger is, kan ongunstige gevolgen hebben omdat er hoger verspreid wordt. Dit betekent wel dat het RIVM onjuiste tekeningen heeft ontvangen en je dus moet twijfelen aan de geldigheid van de berekeningen van de uitstoot van ethyleenoxide.
De gemeente stelt dat haar niets bekend is van andere illegale bouwwerken. Die zijn er wel en de gemeente had dat kunnen weten.
De opslag van ethyleenoxide aan de kant van de stikstofcilinders is niet aangevraagd. De gemeente heeft dat er ongevraagd bijgezet. De tekeningen in het archief geven aan dat er een stenen muur aan de zijkant zit. Dat is niet correct omdat er een traliekooi staat. De heer Stevenhagen weet niet of dat gunstig is of niet.
De heer Stevenhagen vindt het verwerpelijk dat de afdeling vergunningverlening en handhaving in één afdeling zitten. Dat is de reden dat dit schandaal zo heeft kunnen escaleren.

De voorzitter vraagt of de heer Stevenhagen zich tot de bouwvergunning wil beperken. Het is voor de commissie belangrijk om te weten waarom de heer Stevenhagen van mening is dat de vergunning niet in stand kan blijven.

De heer Stevenhagen zegt dat de gemeente weigert de zaken inzichtelijk te krijgen. In ad 5 van het verweerschrift verwijst de gemeente naar de milieuvergunning. De heer Stevenhagen is van mening dat deze samen met de bouwvergunning getoetst had moeten worden. Er had niet alleen naar de woningwet gekeken moeten worden omdat het zo ingrijpend is.
In het verweerschrift wordt gesteld dat de welstandscommissie een positief advies heeft gegeven. Dat is niet correct. Er is alleen een handtekening gezet, de wezenlijke vragen zijn opengelaten.

Mevrouw Bergen merkt op dat in het verweerschrift gesproken wordt over een advies van de welstandscommissie van 18 maart. Daarvan zit geen verslag in het dossier.

De heer Van den Bergh legt uit dat de welstandscommissie op 18 maart 2010 bij elkaar is gekomen, er is geen verslag van deze bijeenkomst gemaakt.

De heer Gravesteijn is ook van mening dat het formulier niet goed is ingevuld. Bovendien is het formulier gericht op woningen en hier gaat het om een bedrijfsgebouw.

De heer Stevenhagen is van mening dat de welstandscommissie duidelijk had moeten toetsen. De gemeente maakt misbruik van onjuiste jurisprudentie. De welstandscommissie heeft besloten om, buiten het normale ritme, bijeen te komen. Als dat gebeurt, moet dat publiek aangekondigd worden in het Streekblad. Dat is niet gebeurd. Bovendien is de welstandscommissie uitgegaan van verkeerde tekeningen.
De brandveiligheid is niet onderzocht. De opslag is in strijd met de destijds verleende bouwvergunning. Het is bij de opslag van ethyleenoxide verboden dat er straatkolken in de buurt zijn. Binnen 3 meter van de opslag bevindt zich echter een straatkolk.
Het verbaast de heer Stevenhagen ook dat het bedrijf Bode Scholten is toegestaan een 12 meter hoge muur te bouwen op de perceelgrens. Dat is ruimschoots binnen de risicocontour van de opslag van ethyleenoxide. Bode Scholten moet ook aan de brandveiligheidsvoorschriften voldoen.

Mevrouw Bergen merkt op dat de bouwvergunning van Bode Scholten nu niet ter discussie staat.

De heer Stevenhagen zegt dat de opslag verplaatst zou moeten worden.
De brandweer heeft met onvoldoende kennis getoetst. De afdeling vergunningverlening verleent een vergunning die straks door de afdeling handhaving niet meer te handhaven is. Het hele besluit is principieel fout, men heeft niet geleerd uit het verleden.

Mevrouw Bergen geeft het woord aan de heer Gravesteijn.

De heer Gravesteijn beroept zich nogmaals op de ingediende bezwaren. De studie van de heer Stevenhagen is gebruikt als bijlage bij de bezwaarschriften.

Mevrouw Bruijn heeft de informatiefolder van de commissie ontvangen. Zij is van mening dat het prettiger zou zijn als een dergelijke folder verstuurd wordt voordat er bezwaar ingediend wordt. Op die manier weet je op welke basis bezwaarschriften ingediend moeten worden.

De voorzitter bedankt mevrouw Bruijn voor haar suggestie. De commissie zal dit ter harte nemen. Op het ogenblik verstuurt het secretariaat van de commissie de brochure na ontvangst van het bezwaarschrift. Wellicht is het nuttig de inhoud van de brochure ook op internet te plaatsen.

Mevrouw Bruijn verwijst naar de hoorzitting die gehouden is met de indieners van de zienswijzen. Er hadden 64 mensen zienswijzen ingediend. Er is toen ook geïnformeerd naar het indienen van bezwaarschriften, maar er is niets gezegd over het nodig zijn van statuten. Er is nu, uit efficiencyoogpunt door het actiecomité een bezwaarschrift ingediend, maar dat hadden ook 300 bezwaarschriften kunnen zijn. Het zou plezierig zijn als de burger vooraf meer informatie krijgt. Voorts geeft mevrouw Bruijn aan dat de schoorstenen intrinsiek onderdeel uitmaken van het gebouwen beslist niet apart staat. Er is een relatie met de andere onderdelen die nu niet gelegaliseerd zijn.

De heer Gravesteijn zegt dat er duidelijk sprake is van een inhaalslag in de legalisering van illegale bouwwerken. Hij heeft de bouwtekeningen bestudeerd, maar de zwaar omstreden calamiteitenpijp komt nergens terug. Die pijp is een belangrijk onderdeel en is in het verleden illegaal aangepast. De legaliseringslag is dus niet compleet.

Mevrouw Bruijn merkt op dat een aantal opmerkingen van reclamanten met betrekking tot de brandvoorschriften door de gemeente zijn overgenomen in de bouwvergunning. Zij vraagt zich af hoe die bouwvergunning er nu dan uit ziet.

Mevrouw Van Eijk is van mening dat er een scheiding gemaakt moet worden tussen werknemers en omwonenden, zodat ook de werknemers ontvankelijk zijn. Er is een productieproces dat voor de werknemers uit de buurt schadelijk is. De werknemers niet-ontvankelijk verklaren is wel heel makkelijk, zij worden zo aan de kant gezet.

Mevrouw Bergen geeft het woord aan mevrouw Coenen.

Mevrouw Coenen merkt op dat er veel gezegd is over de milieuaspecten. Daar zal zij niet op ingaan.
Zij vindt de beschuldiging van de heer Stevenhagen dat iemand van de gemeente de bouwaanvraag heeft ondertekend, wel erg ver gaan. Dat neemt niet weg dat er een getekende bouwaanvraag ligt. De gemeente kijkt niet of de handtekening op een dergelijke aanvraag overeenkomt met handtekeningen bij de Kamer van Koophandel.

Op de bouwtekeningen is goed te zien dat de scrubber geen onderdeel uitmaakt van het bouwwerk.
De bouwtekeningen worden bestudeerd.

De heer Stevenhagen is van mening dat de scrubber wel onderdeel uitmaakt van het bouwwerk. Hij laat foto's zien waaruit blijkt dat de scrubber met steunen vastgemaakt is aan het gebouw.

Mevrouw Van Eijk zegt dat de scrubber onderdeel is van het productieproces en dus onderdeel uitmaakt van het gebouw.

Mevrouw Coenen geeft aan dat de incinerator geen onderdeel uitmaakt van de vergunning. De functie van een bouwwerk is niet relevant. Het bouwwerk mag niet in strijd zijn met de bestemming en het Bouwbesluit legt eisen op. Aan de hand daarvan wordt getoetst. Wanneer er geen strijd is met artikel 44 van de Woningwet, wordt de vergunning verleend. Er zijn in de bouwvergunning aanvullende eisen gesteld, die zien ook op de brandveiligheid. Het kan zijn dat de vergunning van 24 maart 2010 afwijkt van een eerdere vergunning omdat de zienswijzen zijn meegenomen.

Mevrouw Bergen vraagt of de tekeningen nog zijn aangepast gedurende de bezwaarfase.

Mevrouw Coenen legt uit dat de heer Stevenhagen gelijk heeft voor wat betreft de hoogte van de pijp. De pijp is 1,3 meter hoger dan op de tekening. Daarom worden er nieuwe tekeningen ingediend. De stelling van het college is dat er geen hoogtebeperking is in het bestemmingsplan. De hoogte wordt nu 12,19 meter. Het past in het bestemmingsplan en het college is van mening dat belanghebbenden niet benadeeld zijn.

Mevrouw Bergen vraagt of de hoogte van de pijp de enige aanpassing is.

Mevrouw Coenen antwoordt dat de tekeningen verder kloppen.

De heer Stevenhagen zegt dat de naverbrander ook hoger is.

Mevrouw Bergen legt uit dat die nu niet ter discussie staat.

De voorzitter constateert dat het college van mening is dat de belangen van de omwonenden niet geschaad worden als de hoogte in het besluit op bezwaar wordt aangepast. Degenen die bezwaar hebben gemaakt willen, naar hij aanneemt, een zo laag mogelijke schoorsteen om te zorgen dat het bedrijf zo klein mogelijk.
blijft. Als het college in het besluit op bezwaar een hogere schoorsteen toestaat dan in het primaire besluit zou sprake kunnen zijn van reformatio in peius.

Mevrouw Coenen geeft aan dat de pijp al staat, alleen de tekeningen zijn daarmee niet in overeenstemming. Bovendien is een hogere pijp gunstiger.

De heer Gravesteijn zegt dat dat technisch niet te bewijzen is. Het maakt het verspreidingsgebied alleen maar groter.

Mevrouw Coenen legt uit dat de belangen van reclamanten niet geschaad worden bij een aanpassing in het besluit op bezwaar. De tekeningen waren niet navenant, dat wordt nu gecorrigeerd en het bestemmingsplan staat het toe. Er zou ook een nieuwe vergunning aangevraagd kunnen worden met de goede hoogtemaat. Die moet het college dan ook verlenen, het blijft een gebonden beschikking.

Mevrouw Bergen vraagt of er wijzigingen zijn gedaan in de opslag van de volle cilinders.  

De heer Stevenhagen merkt op dat de laatste revisie niet is aangevraagd, maar er door de gemeente is tussengeschoven .

Mevrouw Bergen geeft aan dat zij geen verschil ziet in wat in de aanvraag staat en wat uiteindelijk vergund is.

De heer Stevenhagen legt uit dat er bij de aanvraag geen opslag van ethyleenoxide aan de voorkant zat.

Mevrouw Bergen vraagt waar uit blijkt dat er meer vergund is dan is aangevraagd.

De heer Stevenhagen zegt dat dit niet de oorspronkelijke tekening is. In de tekening bij de aanvraag stond maar 1 van de 2 opslagplaatsen.

Mevrouw Bergen vraagt of er voor de aanvraag die bij de stukken zit, nog een andere aanvraag was.

De heer Stevenhagen antwoordt bevestigend.

Mevrouw Bergen heeft in het collegeadvies van 30 maart 2010 gelezen dat er een parkeerplaats bij moet komen omdat het bedrijf uitbreidt. Zij vraagt of er vrijstelling van de bouwverordening is verleend.

De heer Van den Bergh legt uit dat het aantal werknemers niet is uitgebreid.

Mevrouw Bergen informeert naar het welstandsadvies.

De heer Van den Bergh geeft aan dat de behandeling in delegatie heeft plaatsgevonden. Dat is toegestaan in Zoetermeer. Er is geen nadere motivatie opgenomen. Dat is ook niet verplicht als het advies positief is.

Mevrouw Bergen vraagt waarom er geen verslag is gemaakt van de bijeenkomst van 18 maart 2010.

De heer Van den Bergh legt uit dat het plan met spoed afgedaan moest worden. Het was bouwkundig dermate beperkt dat het in delegatie is afgedaan.

Mevrouw Hensema vraagt waarom het nog een keer in de Welstandscommissie is besproken.

De heer Van den Bergh zegt dat dat vanwege de tekeningen was.

Mevrouw Bergen vraagt of als er een nieuwe tekening op tafel komt, deze nogmaals door de welstandscommissie wordt beoordeeld.

Mevrouw Coenen legt uit dat het college dan graag een stempel van de welstandscommissie wil hebben.

Mevrouw Hensema constateert dat het college van mening is dat er geen strijd is met het bestemmingsplan. In het verleden is voor de schoorsteen wel een ontheffing voor de hoogte verleend. Zij vraagt waarom dat toen wel nodig was en nu niet.

Mevrouw Coenen denkt dat er voorheen overheen gelezen is en men toen heeft gezegd dat het een gebouw betrof. Er is nu zorgvuldiger naar gekeken.

Mevrouw Hensema vraagt of de schoorsteen ongelimiteerd hoog mag worden gebouwd.

Mevrouw Coenen antwoordt dat het een ruim bestemmingsplan is.

De heer Stevenhagen zegt dat de schoorstenen nu boven de bomen uitkomen, dat was voorheen niet.

De voorzitter vraagt of, wanneer deze bouwvergunning in stand blijft, alles dat op het terrein staat is gelegaliseerd.

Mevrouw Coenen zegt dat, volgens haar informatie, alles nu moet kloppen. Er zijn geen andere illegale bouwwerken geconstateerd. Het bedrijf gaat Zoetermeer binnenkort verlaten. Per 1 januari 2011 zijn alle werkzaamheden gestaakt en daarvoor wordt alles ontmanteld.

Mevrouw Bergen geeft iedereen nog de gelegenheid te reageren.

De heer Stevenhagen merkt nogmaals op dat hij twijfelt aan de authenticiteit van de handtekening.

Mevrouw Bergen vraagt hem alleen nieuwe dingen ter tafel te brengen.

Mevrouw Van Eijk is van mening dat bestemmingsplannen moeten worden aangepast als de gemeente met dit soort za ken wordt geconfronteerd.

Mevrouw Coenen legt uit dat alle bestemmingsplannen aan de beurt komen.

Mevrouw Bruijn verwijst naar de aanvullende voorwaarden bij de bouwvergunning. Zij vraagt of dat een nieuwe toevoeging is.

Mevrouw Coenen geeft aan dat de aanvullende voorwaarden zijn opgenomen in bijlage A, dat maakt onderdeel uit van de bouwvergunning.

De heer Gravesteijn is van mening dat de gemeente Zoetermeer een uiterst ongepaste werkwijze hanteert. Het is hulpgedrag om illegale bouwwerken door de procedure te helpen. Hij heeft uit zeer betrouwbare bron vernomen dat Sterigenics geholpen is. Het bedrijf is zo beladen dat je moet twijfelen aan de handelwijze van Zoetermeer. Hij heeft bij andere gemeenten geïnformeerd en het hele proces had vertraagd kunnen worden. Nu zegt de gemeente Zoetermeer dat het een gebonden beschikking is en willen ze het zo snel mogelijk afdoen. Hij vindt dat uiterst ongepast.

Mevrouw Bruijn vraagt hoe de procedure nu verder loopt.

De voorzitter legt uit dat de commissieleden de zaak zullen bespreken en gaan bepalen hoe het advies aan het college zal moeten luiden. Dan komt ook de ontvankelijkheidkwestie aan bod. De secretaris zet het allemaal op papier en de commissieleden controleren dat. Hij gaat er vanuit dat het advies binnen een paar weken aan het college gezonden zal worden. Daarna moet het college een besluit op bezwaar nemen. Hij hoopt dat het college dat binnen niet al te lange termijn kan doen. Het advies en het verslag van deze hoorzitting zal aan alle reclamanten toegezonden worden.

De heer Gravesteijn vraagt in hoeverre dit naast het proces van de commissie-De Grave loopt.

De voorzitter legt uit dat de commissie uitsluitend de bouwvergunning beoordeelt. Dat is slechts een klein onderdeel van het hele proces. Per 1 oktober 2010 treedt er een nieuwe wet in werking, de Wabo. Dat maakt voor deze vergunning niet meer uit, maar voor nieuwe bouwplannen betekent dat dat er geen losse bouwvergunningen meer  afgeven worden, maar één omgevingsvergunning waarin alles aan de orde komt.

De voorzitter constateert dat er verder geen vragen zijn, bedankt de aanwezigen voor hun komst en sluit de hoorzitting.    

   
De secretaris  (M.E.M. van der Aar)  
de voorzitter (mr. Drs. L. Beijen)